Abstracte
kunst : de drang naar vernieuwing
Abstracte kunst maakt gebruik van vormen en kleuren om een compositie te maken
die in mindere of meerdere mate als referentie kan dienen naar echte visuele waarnemingen.
Vanaf het begin
van de Renaissance tot halverwege de 19de eeuw streefde men er in het westen naar
om personen en objecten zo natuurgetrouw en zo correct mogelijk weer te geven.
Tegen het einde van de 19de eeuw voelden veel kunstenaars de drang naar vernieuwing.
Dit kwam hoofdzakelijk
door de veranderende wereld rondom hen. Het einde van de 19de eeuw werd gekenmerkt
door tal van doorbraken op technologisch en wetenschappelijk vlak dewelke door
kunstenaars nauwlettend gevolgd werden. Het antwoord op deze veranderingen is
het ontstaan van de abstracte kunst.
Abstracte kunst
is het afwijken van de realiteit met betrekking tot de weergave van deze realiteit.
Deze afwijking kan minimaal, gedeeltelijk, of volledig zijn. Kunst die afwijkt
van de natuurgetrouwe weergave door bijvoorbeeld alleen de kleur te veranderen
kan men bestempelen als gedeeltelijk abstract.

Abstracte kunst
: realiteit vanuit een ander perspectief
Volledig abstracte
kunst heeft geen herkenbare objecten. Gedeeltelijke abstracte kunst is bijvoorbeeld
het Fauvisme waarbij kleuren doelbewust gewijzigd worden, en Kubisme waarbij alledaagse
objecten van vorm veranderd worden.
Oude culturen
maakten gebruik van patronen en symbolen om aardewerk en kleding te versieren.
Dit waren meestal eenvoudige en geometrische figuren dewelke in de eerste plaats
een decoratieve functie hadden. Soms hadden de symbolen echter ook een betekenis.
Deze versieringen kan men zien als de eerste primitieve vorm van abstracte kunst.
Er liggen 3 stromingen
aan de basis van het ontstaan van de abstracte kunst. De Romantiek, het Impressionisme,
en het Expressionisme. In de 19de eeuw werden kunstenaars steeds onafhankelijker
van de Katholieke kerk omdat hun werken nu ook gekocht werden door de adel en
de rijke burgerij.
Deze onafhankelijkheid
zorgde voor artistieke vrijheid met daarbij horend het ontwikkelen van nieuwe
stijlen zoals abstracte kunst. De nadruk werd toen gelegd op het bereiken van
visuele sensatie en niet meer op het herkenbaar weergeven van voorwerpen.
Het Expressionisme
werd gekenmerkt door het vervormen van voorwerpen en personen, het overdrijven
van afmetingen, en het gebruik van intense kleuren. Het Expressionisme bracht
dan ook tal van emotioneel geladen werken voort die in schril contrast stonden
met de werken van de klassieke schilders. Zeer gekend in dit genre zijn Edvard
Munch en James Ensor.
Abstracte kunst
blijft tot op de dag van vandaag omstreden. Niet iedereen houdt van abstracte
kunst, maar het is een stroming die de basis heeft gelegd voor tal van indrukwekkende
stijlen die door meerdere grote kunstenaars beoefend werden.
|