Doek voor schilderijen was niet onmiddellijk populair

Doek of canvas was en is nog steeds de meest gebruikte ondergrond voor het maken van schilderijen met olieverf. Voorheen werden schilderijen gemaakt op houten panelen, maar deze hadden als grootste nadeel dat ze konden splijten waardoor het schilderij waardeloos werd.

Een van de vroegste olieverfschilderijen op doek werd gemaakt rond 1410 en hangt in een galerij in Berlijn. Hoewel het gebruik van doek als ondergrond duidelijke voordelen had tegenover de houten panelen, bleven deze laatste zeer populair. In Italië gebruikte men houten panelen tot in de 16de eeuw en in Noord-Europa zelfs tot in de 17de eeuw. De grote verandering kwam er toen de kunstschilders uit Venetië massaal doek begonnen te gebruiken.

Vooraleer men op doek kan schilderen moet dit eerst opgespannen worden op een frame. Olieverf bevat agressieve bestanddelen dewelke de vezels van het doek kunnen aantasten. In extreme gevallen kan het doek zelfs scheuren omdat de vezels te erg beschadigd worden door de verf. Om dit te verhinderen moet men het doek eerst een paar lagen Gesso geven. Gesso is een soort van krijtoplossing (gips) die het doek afdoende zal beschermen.

Doek of canvas is een natuurproduct

In het begin werd doek om op te schilderen gemaakt van linnen. Dit is een zeer sterk plantaardig materiaal (vlas) dat tot op de dag van vandaag de voorkeur heeft bij de meeste schilders die met olieverf werken omwille van de hoge kwaliteit van de vezels. In het begin van de 20ste eeuw begon men ook doeken van katoen te gebruiken. Katoen is rekbaarder en veel goedkoper dan linnen en wordt meestal gebruikt voor schilderijen met acrylverf.

Schilders die hoge eisen stellen aan de kwaliteit van hun doeken zullen deze meestal kopen op rol en deze vervolgens op maat snijden en zelf opspannen. Dit opspannen moet met de grootste nauwkeurigheid en kennis van zaken gebeuren omdat anders het doek kan scheuren. Amateurs en hobbyschilders zullen een doek gaan kopen in een speciaalzaak. Niet zelden zijn deze doeken reeds voorbehandeld met gesso (gips) zodat u direkt aan de slag kan gaan.

Het grootste verschil tussen het schilderen op doek nu, en in het verleden, zit in de manier waarop het canvas werd voorbereid. De linnen doeken die men nu koopt hebben een vrij glad oppervlak en na een paar lagen gesso kan men aan de slag gaan. Ten tijde van de grootmeesters waren linnen doeken echter zeer ruw en moest men deze zorgvuldig voorbereiden, wat soms veel werk was.

Dit is ook de reden waarom houten panelen lange tijd de voorkeur hadden. Het gladde oppervlak van het hout was ideaal om schilderijen van zeer fijne details te voorzien. Om hetzelfde resultaat te bekomen met de eerste linnen doeken moest men meerdere lagen (3 tot 4) gesso aanbrengen waarbij men telkens tussen de lagen alles mooi glad moest schuren.