Kunst in de 19de eeuw : Romantiek en realisme
In de 19de eeuw kende kunst tal van stromingen. Sommige van deze waren belangrijk en hadden
een grote populariteit, terwijl andere meer bestemd waren voor een klein publiek. Kunst in
de 19de eeuw kende wel voor de eerste maal een zeer grote verscheidenheid, zowel op het vlak van
de beeldende kunst als in de muziek.
Als men spreekt over kunst in de 19de eeuw dan moet men eigenlijk beginnen met de Romantiek.
De romantiek begon tegen het einde van de 18de eeuw en duurde tot een flink stuk in de 19de eeuw.
Het was een stroming die voornamelijk in Europa strerk aanwezig was. De Romantiek was een protest
tegen de wetenschappelijke benadering van de natuur. De kunstenaar had zijn eigen beeld van de
realiteit en gaf deze als dusdanig weer, al dan niet aangevuld met eigen elementen.
Gelijklopend met de Romantiek had men het Realisme. Deze stijl was zeer belangrijk voor de kunst
van de 19de eeuw. Zoals de naam al doet vermoeden, was het bij het Realisme de bedoeling alles
zo natuurgetrouw weer te geven. Hieruit vloeide voort dat de schilderijen van het Realisme van
een zeer hoge kwaliteit waren en zeer veel detail hadden. In tegenstelling tot de Romantiek werden
er echter geen elementen aan de kunst toegevoegd. Er werd alleen op doek gezet wat er ook
daadwerkelijk te zien was.

Evolutie van de kunst in de 19de eeuw
Nog een vorm van kunst uit de 19de eeuw zijn de Prerafaëlieten. Dit was een groep Britse
schilders die zich verzette tegen de schilderstijl van Raphael en Michelangelo. Ze waren van
mening dat deze schilders een slechte invloed hadden op de ontwikkeling van de kunst omwille
van de veel gebruikte klassieke poses en de veel te elegante weergave van personen. De
Prerafaëlieten streefden ernaar om de schilderkunst terug te brengen tot vroeger waar men werkte
met veel meer detail, intensere kleuren en complexe composities.
Tegen het einde van de 19de eeuw (rond 1870) kwam het Impressionisme opzetten. De oorsprong
van deze kunststroming lag voornamelijk in Parijs en werd bekend danzij de onafhankelijke
exposities van schilders zoals Claude Monet. Het Impressionisme wordt gekenmerkt door het
gebruik van zichtbare penseellijnen, een open compositie, correcte lichtinvallen, en vooral het
wekken van de indruk dat de afgebeelde personen in beweging zijn.
Abstracte kunst is een beweging die tegen het einde van de 19de eeuw aan populariteit won.
De schilderijen bestaan uit vormen en kleuren die verwijzen naar de omgeving. Abstracte kunst
zet de toeschouwer aan om creatief naar het werk te kijken en om daardoor een eigen realiteit
te creëren. Abstracte kunst wordt gevoed door de opkomst van technologie en wetenschap waardoor
kunstenaars de wereld vanuit een ander perspectief gingen bekijken.
Het Post-Impressionisme is de laatste stroming van de 19de eeuw. Het was een uitbreiding van
het impressionisme zonder beperkingen. Men gebruikte levendige kleuren, dikke lagen verf,
duidelijke penseellijnen, en alledaagse voorwerpen en taferelen. De nadruk lag echter meer op
geometrische figuren en het vervormen van objecten en personen. Ook het kleurgebruik was
veel gedurfder.
De 19de eeuw was wellicht 1 van de belangrijkste periodes uit de geschiedenis van de kunst.
In deze eeuw legde men de grondslag voor latere stromingen zoals het Fauvisme, Dada, Kubisme,
en nog vele andere. Het is dankzij de vele kunstenaars die het gewaagd hebben om af te wijken
van de traditionele schilderstijlen dat we heden ten dagen een enorme veelzijdigheid aan
kunstwerken hebben.
|